Tips voor de leerkracht

1. Consequent
Orde houden begint met het consequent naleven van regels. Maar hoe doe je dat, consequent zijn? Dat is makkelijker gezegd dan gedaan.
Wees een voorbeeld: Als docent ben je een voorbeeld voor leerlingen. Op de kleuterschool zie je dat heel duidelijk, omdat kinderen hun juf of meester in alles nabootsen. Voor een kleuterjuf is het dus heel belangrijk dat zij haar jas op de kapstok hangt en haar appel met aandacht schilt. Wees je altijd bewust van je voorbeeldfunctie, ook als je niet met kleuters werkt. Een docent die opruimen belangrijk vindt, heeft zelf een opgeruimd bureau. Practice what you preach!

2. Lievelingetjes
Iedere leerkracht heeft ze, maar niemand loopt er graag mee te koop.
Krijg zicht op je blinde vlek: Je hebt altijd een blinde vlek, leerlingen die je niet echt ziet. Of leerlingen die je (on)bewust geen of weinig aandacht geeft. Krijg grip op je blinde vlek. Maar eens een schema waarin je links de namen van de lastige leerlingen zet en rechts die van de leuke leerlingen. Spontaan, dus uit het hoofd. Misschien leer je zo dat je jongens links zet en meisjes rechts. Of andersom. Of dat je namen van de lastige leerlingen niet eens kunt opnoemen. Zo ontdek je allerlei –soms confronterende- patronen die voor jou belangrijk zijn in de klas.

3. Lastig gedrag
Leerlingen kunnen met lastig gedrag flink onder je huis gaan zitten. Wat doe je met lastig gedrag?
Laat het probleem bij wie het hoort: Als een leerling zijn boek niet heeft meegenomen, wie heeft dan een probleem? Het kind natuurlijk. Je kunt hem wel helpen dit probleem op te lossen, maar maak het niet jouw probleem. Dat geeft een hoop lucht en zorgt ervoor dat het kind zijn probleem zelf leert oplossen.

4. Registreren en administreren
De ontwikkeling van leerlingen moet doorlopend gevolgd kunnen worden, daarom is het noodzakelijk dat je de administratie op orde houdt.
Doe het elke week een uurtje: Doe de administratie op een vast moment. In het onderwijs ben je nooit klaar en hierdoor loop je het risico dat je de administratie maar blijft uitstellen. Met een planning maak je het jezelf makkelijker. Veel scholen komen op een gegeven moment met een deadline voor de handelings- en groepsplannen. Als je iedere week een uurtje vrijmaakt, voorkom je dikke stapels papier als deze deadline naderen.

5. Tien minutengesprek
Uit angst voor persoonlijk kritiek zien veel docenten op tegen de tienminutengesprekken. Hoe zorg je ervoor dat in het gesprek de ontwikkeling van het kind centraal staat?
Gebruik de deskundigheid van ouders: Heb het niet alleen over de cijfers, maar betrek ook de sociaal-emotionele ontwikkeling erbij. Gaat het kind graag naar school? Met welke kinderen speelt hij thuis? Als je je zorgen maakt over bepaald gedrag, vraag dan of de ouders hetzelfde gedrag zien. En vraag hen om advies. Bijvoorbeeld als een kind veel gaapt tijdens de les en soms zelfs wegdommelt. ‘Weet u waarom hij zo moe is?’ Vraag ouders ook hoe ze de ontwikkeling van hun kind zien, wat ze beschouwen. Vraag hen naar tips die wellicht in de klas bruikbaar zijn. Neem ouders serieus, ook als ze kritisch zijn. Achterhaal op zakelijke toon waar de onvrede vandaan komt.

6. Je eerste klas
Daar sta je dan met je diploma op zak, vol enthousiasme, voor het eerst zelfstandig voor je eigen klas. Hoe doe je dat?
Wees flexibel met je lesopzet: Je moet van je lesplanning of schema kunnen wijken zonder dat je jezelf oplegt er later weer op in te lopen. Daar wordt je alleen maar onzeker van. Een te strakke lesplanning blokkeert je creativiteit en vrijheid om goed te reageren op wat er in de klas gebeurt. Laat het dus een beetje op je afkomen. Wees flexibel.

7. Stemgebruik
Als docent ben je een beroepsspreker, met je stem als belangrijkste instrument. Wees er zuinig op!
Drink veel: Hou de slijmvliezen van je stembanden vochtig door veel water te drinken. Zet bijvoorbeeld een fles water op je tafel. Van cafeïne in koffie en gewone thee drogen je stembanden uit, dus drink hier niet te veel van. Groene thee en kruidenthee kunnen weer wel. Thee van Kaasjeskruid (Malva Sylvestris) is heel heilzaam omdat het een beschermend laagje op het slijmvlies legt.

8. Vakantiekriebels
Hoe hou je de leerlingen –en jezelf- tot het eind van het schooljaar bij de les?
Ga niet aftellen: Laat de leerlingen niet merken dat je zelf ook geen zin meer hebt. En ga zeker niet de weken aftellen tot het einde. Dan verliezen ze hun interesse en motivatie. Zorg dus, net als anders, dat leerlingen weten waar ze aan toe zijn. Kinderen zijn juist in de zomertijd gebaat bij rust en regelmaat.

9. Pesten
Als leraar kan –en moet- je optreden tegen pesten op school
Stel met de leerlingen gedragsregels op: Leg leerlingen uit dat ze medeverantwoordelijk zijn als ze hun mond houden. Het opstellen van omgangsregels helpt om deze zwijgers te mobiliseren. Geef de leerlingen twintig minuten om zelf regels op te stellen. Verzamel ze en schrijf ze op een groot vel papier. Zet de meest genoemde regels bovenaan en laat alle leerlingen er een handtekening op zetten. Geef het papier een prominente plek in de klas en geef kinderen ook een kopie mee voor thuis, zodat ouders ook op de hoogte zijn van de regels in de klas.